Woonwagenkamp?

Op een van mijn vaste fietsroutes door Leiden kom ik langs het woonwagenkamp. Tot mijn verbazing zie ik hoe er fundamenten worden gestort, keurig in een strakke rij zoals in een wijk van de woningbouwvereniging. De weken erna zie ik de nieuwbouwwijk verrijzen: op de fundamenten worden stevig muren gemetseld, dakpannen gelegd, badkamers en keukens ingebouwd en rioolleidingen aangelegd. En als kroon op het werk, een strakke schutting die de tuin aan mijn nieuwsgierige blikken onttrekt. Mmmm. Ik ben opgegroeid in de tijd van Pipo de Clown en de woonwagen waarin hij met Mamaloe woonde zag er heel anders uit. Elke woensdagmiddag reden ze ons beeldscherm binnen in hun kleurig geschilderde houten bouwsel. Er zaten namelijk wielen onder en het hele geval werd voortgetrokken door hun paard Nononono. Nou, wedden dat geen paard deze Leidse ‘woonwagens’ ook maar een halve meter vooruit krijgt. Pipo zou er nooit in willen wonen. Voor mij hoeft niemand in zo’n Pipowagen te wonen hoor. Begrijp me niet verkeerd. Maar waarom dit een woonwagenpark heet? Het straalt nu niet bepaald de magie uit van het  rusteloze woonwagenbewonersbestaan. Als ik de burgemeester was zou ik een keurige gemeentecamping laten aanleggen voor de echte woonwagenbewoners. Mensen die maar kort ergens rust vinden en dan weer verder reizen, de zon achterna. En wie blijft zitten waar hij zit, huppakee , weg daar uit die smoezelige uithoek van Leiden. Zelfs ook nog achter een schutting wek je er gewoon een foute indruk.