Waar een burenborrel niet goed voor is. Met een pilsje in de hand polst mijn echtgenoot een paar buurmannen, of het niet leuk zou zijn om met elkaar een klus voor Present te doen. Na wat uitleg over Present, heeft hij al snel een ploegje bij elkaar. Datumprikker doet de rest.

Twee straten verder komen we in een andere wereld terecht. Een alleenstaande dame in de bijstand, ik noem haar maar Tessa, met zoon die volop in de jeugdzorg zit. Gehavend verleden. We zijn er stil van als ze het ons vertelt bij een kopje koffie, voordat we aan de slag gaan. Het haalt ons in één klap uit de bubble van ons eigen welvarende huizenrijtje.

Gemotiveerd gaan we aan de slag. We pakken het op, waar een ploeg studenten die week daarvoor gebleven was. Zij hadden al de gang en kamer aangepakt. Heerlijk fris allemaal en Tessa is dolblij met de metamorfose van dit deel van haar huis.

Nu zijn de keuken en twee slaapkamers op de bovenverdieping aan de beurt. Twee dagen eerder had mijn echtgenoot met Tessa al nieuw laminaat uitgezocht. Daarmee gaan de mannen boven aan de slag. Het relaas van Tessa, voor wie zij straks enorm spierpijn gaan krijgen, brengt gesprekken op gang. Niemand vraagt zich meer af, waar hij eigenlijk aan begonnen is, deze vroege zaterdagmorgen.

Ik stort me op de keuken, die moet gewit. Geen overbodige luxe, er zijn twee verflagen Superdeck nodig om het wit te krijgen. Alhoewel een voorafgaande sopbeurt met een pittig schoonmaakspulletje ook al een verbetering betekende. Van de weersomstuit begint Tessa zelf ook een beetje te poetsen in de keuken. Voorzichtig tip ik, dat als je elke dag een klein stukje doet, het te doen is om je huis schoon te houden. Ook al heb je weinig energie.

Ik begreep dit nooit; al heb je geen geld voor verf, je kunt het in ieder geval schoonhouden, toch? Maar na haar verhaal bij de koffie ben ik nederig. Zou er nog iets uit mijn handen komen, als ik in Tessa’s schoenen stond? En waar moet je beginnen?

Vandaag geniet ze. Gezellig die klussende mensen in huis, en ze ziet het opknappen. Tessa zet koffie, maakt broodjes voor ons klaar. Meer dan we ooit op kunnen. Haar genegenheid moet door onze maag. En in de keuken babbelt ze er vrolijk op los. ‘Wij vrouwen begrijpen elkaar tenminste’. Ze vertelt over haar leven, haar zorgen. Maar ook over haar blijdschap dat er aardige mensen zijn die haar komen helpen. Dat is ze bepaald niet gewend en geeft haar nieuw vertrouwen in de mensheid.

’s Middags leveren we tevreden onze klus op. Tessa kan haar geluk niet op. Ze voelt zich een ander mens in haar huis dat ze stap voor stap ziet opknappen. Volgende week maakt een volgende ploeg de klus af.
Ik hoop dat ze niet alleen haar huis netjes zal weten te houden. Maar vooral haar gewonnen vertrouwen in mensen vasthoudt. En door samen te klussen, hebben wij onze buren nog weer beter leren kennen.